de mythe van de python


https://www.de-lage-landen.com/article/de-mythe-van-de-python

Tijdens Shakespeare Is Dead, het festival voor de nieuwe theatertekst, werd de waarde van woorden gewikt en gewogen. Stefanie De Meerleer zag theatervoorstellingen waarin de taal werd gebruikt als machtsmiddel of juist bevrijdend werkte. Het zette haar aan het denken: kunnen we ons bepaalde woorden opnieuw toe-eigenen en zo onze kwetsbaarheid tonen?

Een paar maanden geleden besliste de Engelse uitgever van Roald Dahl om aanstootgevende woorden in zijn boeken te vervangen. Dik werd bijvoorbeeld vervangen door enorm. Het woord dat ik gebruik om mijn lichaam te omschrijven werd blijkbaar beschouwd als aanstootgevend. Maar is dik niet gewoon een bijvoeglijk naamwoord zoals dun, groen, oud, mooi en klein?

Toen ik kind was, werd mij verteld dat dik zijn gelijk staat aan slecht, lui en lelijk. Dikke mensen bewegen niet en overleven op fastfood. Ik begreep al snel dat ik dus ook slecht, lui en lelijk was. Daarom probeerde ik me van jongs af aan zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ik wrong me in de kleine hokjes die onze maatschappij had gecreëerd. Me kwetsbaar opstellen, dat had ik nooit geleerd. Ik leefde jarenlang op automatische piloot en probeerde vooral sterk te zijn, want dat is wat je als dik persoon verondersteld wordt te zijn. De opmerkingen en ongevraagde adviezen die ik kreeg van de volwassenen uit mijn leven, probeerde ik met een glimlach te aanvaarden.

Later, als tiener en jonge twintiger, zag ik vriendinnen duurzame relaties opbouwen. Ik zag hoe ze zich kwetsbaar opstelden en hoe ze verbinding maakten met anderen. Ik bekeek en bestudeerde alles van dichtbij en dacht altijd: later doe ik dat ook. Want dat geloofde ik jarenlang: dat ik op een dag, als een stevige python, zou vervellen en dan dun zou zijn. Spoiler alert: dat is niet gebeurd.

Ik zag kwetsbaarheid lange tijd als een teken van zwakte. Maar kwetsbaarheid is ook een bron van plezier, connectie en creativiteit. Na vele jaren therapie vervelde ik: mijn slangenhuid verdween, in de plaats daarvan mocht ik warmte voelen. Door me eindelijk kwetsbaar op te stellen, mocht ik ook ervaren hoe het was om verbinding te maken. Ik voelde hoe ik minder eenzaam werd en had niet langer het gevoel dat mensen me bekeken. Ik werd gezien.

Door de opkomst van eerst de body positivity- en later de body neutrality-beweging, begon ik me meer vragen te stellen bij het woord dik. Ik was altijd bang voor dat woord. Het werd gebruikt om mijn lichaam te omschrijven, maar ook om me erop te wijzen hoe ik tekortschoot. Langzaamaan probeerde ik dik opnieuw te gebruiken op een neutrale manier. Ik heb me het woord dik opnieuw toegeëigend, juist om mijn kwetsbaarheid uit te drukken.

Taal en kwetsbaarheid gaan hand in hand. In theater blijft tekst belangrijk, dat bewijst alvast het festival Shakespeare Is Dead in De Brakke Grond. Want er zijn uiteraard nog vele andere woorden die als krachtig en/of machtig wapen fungeren.

Tijdens de openingsspeech van Shakespeare Is Dead heeft theatermaker en schrijver Mathieu Charles het bijvoorbeeld over de collectiviteit van creëren - van samen een taal ontwikkelen. Charles vindt “dat het maken van een voorstelling of performance een samenwerking is, waarbij spelers, regisseur, dramaturg, scenograaf, techniek, productie, iedereen van essentieel belang is om het geheel te maken. Het gaat niet alleen over de visie van de schrijver die tot leven wordt gebracht, maar om een gezamenlijke visie, die ervaringen en perspectieven van het volledige team weerspiegelt.”

Theatermaker Ahilan Ratnamohan betrekt zelfs het publiek rechtstreeks bij zijn voorstelling. In Alle woorden die ik nog niet kende gebruikt hij de 840 onbekende woorden die hij tijdens zijn eerste jaren in België verzamelde. Op die manier onderzoekt hij vragen rond taal – letterlijk, maar ook op maatschappelijk en politiek niveau. Zo vertelt hij over zijn ervaring met het woord haten, dat in het Nederlands veel gewichtiger klinkt dan in het Engels. Hij vraagt zich af hoeveel mensen hij door het gebruik van dat woord misschien gekwetst heeft.

Hij stelt zich kwetsbaar op, door als niet-native speaker “bezit te nemen” van deze moeilijke Nederlandse woorden, ze zich toe te eigenen. Die kwetsbaarheid wordt zijn sterkte. Tegelijk laat hij ons, het publiek, voelen wat het is om in deze positie te verkeren, door ons enkele woordjes Tamil te leren. Zo voelen wij ook de kwetsbaarheid wanneer je een taal niet beheerst. Maar door die Tamil-woorden herhaaldelijk en collectief uit te spreken, aangemoedigd door Ratnamohan, voelen we ook de kracht die uit die kwetsbaarheid kan groeien.

Taal verbindt ons op een unieke manier. Misschien moeten we af van het demoniseren van woorden. Moeten we iedereen de kans geven om bepaalde woorden te gebruiken zoals hij ze voelt, zoals hij ze wil laten komen. Misschien moeten we ieders taal vrijlaten. Laten we dat collectief doen, zodat we de ruimte krijgen om te verbinden, om lief te hebben en om samen te creëren.